Verslag narratief onderzoek, 29 maart
Een mens is geen lineaire kennis of informatieverwerker maar een betekenisverlener. De mens is steeds bezig begrip te krijgen van de wereld om zich heen, waarde- gevend, intentioneel. Oral history. Storytelling. De mens begrijpen in zijn geheel. In zijn context. Bestuderen van natuurlijk taalgebruik. Openingsvraag: vertel eens een verhaal over….. . wat je toen meemaakte. Narratief ,aandachtspunten voor onderzoek:
1. Structuur
2. Vorm, hóe
3. Inhoud, wát
4. Zelfpresentatie. Welk beeld zet je neer van jezelf terwijl je dit verhaal vertelt, hoe ziet de ander jou, wat is de volgorde van het verhaal, vanuit welke positie vertel je dit verhaal.
5. Non verbale communicatie. De pauzes, intonatie, lichaamstaal, uitspraak
6. De luisteraar. Aan wie vertel je het, relatie tov verteller, acceptatie van de ander, vreemde, hiërarchie, eigen cultuur of niet. Het bronmateriaal kan ook van een bestaande geschreven tekst komen. Er is nog discussie gaande over wat wel en wat niet als narratief mag worden aangemerkt. Er zijn onderzoekers die stellen dat álle betekenisgeving interessant is.
Metatheorie
Aan alles wat er gebeurt wordt betekenis gegeven. De mens heet een dynamische beleving: wij ordenen de wereld voortdurend. De manier waarop de identiteit meespeelt in de betekenisgeving van de ander zoals de oude vrouw die iets vertelt of een jong meisje, een slecht of een goed Nederlandssprekende allochtoon, de ongewenste of juist gewenste persoon. Je identiteit neem je mee, is deel van je verhaal als je iets vertelt, over hoe je dat zelf ervaart, over hoe je denkt/ voelt dat anderen over je denken. Het beeld dat anderen over je hebben kan wijzigen tijdens het gesprek, jouw verhaal, de interactie. De identiteit is geen volledig vastgelegd vaststaand gegeven van het narratief, het kan ook veranderen. De identiteit van de verteller is een verhaal op zich.De onderzoeker is ook nooit volledig objectief. Heeft ook zijn eigen kleuring en luistert vanuit zijn eigen identiteit naar het verhaal. Je bent al gekleurd door je keuze voor de onderzoeksgroep, je keuze voor de vragen die je stelt, je taalgebruik, het meenemen van een bepaalde tolk.Stem-geven.
in onze samenleving krijgen dominante verhalen veel aandacht, veel ruimte. Een dominant verhaal nú gaat bijvoorbeeld over het geloof, het minderhedenbeleid. Je eigen positie als onderzoeker kan door deze verhalen omslaan naar een meer subjectieve rol als je het verhaal als klaagzang of irritante herhaling ervaart. Ook geef je een waarde oordeel af als de tolk die je meeneemt niet het juiste dialect machtig is of niet uit de juiste cultuur komt.
Objectiviteitsstreven.
Het recht doen aan het object van het onderzoek. Dat het gekleurd is, dat er ruis en contextvariabelen zijn is dus een gegeven. Dit moet je dan expliciet benoemen in plaats van wegfilteren. Het onderzoeksproject moet transparant zijn; die situatie, dat materiaal is gebruikt, in die situatie. In deze gaat objectiviteit vooral om het beter begrijpen van het object. Als je als onderzoeker je voortdurend afvraagt hoe en waarom je op deze manier in dit onderzoek staat. Daar vervolgens weer van bovenaf naar kijkt, herken dan het droste effect. Je kunt eindeloos doorgaan met analyseren van je rol op het vorige moment.
Het Droste effect gebruiken betekent dat je in je afbeelding dezelfde afbeelding hergebruikt. Doordat telkens dezelfde afbeelding herhaalt wordt ontstaat er een oneindige afbeelding.
Algemene kenmerken
Wanneer gaan mensen verhalen vertellen?: er gebeurt iets en dat proberen mensen duidelijk te maken cq te verklaren. Of er moet een “breuk” gerepareerd worden tussen de alledaagse gewoonheid en een onverwacht nieuw iets.
Moraal.
wát wil diegene eigenlijk vertellen; so what….
Relatie fictie / werkelijkheid.
* een verhaal is een verbeelding. Je bent niet op zoek naar de feitelijke waarheid, maar naar wat het verhaal dan wel betekent.
* Een verbinding leggend tussen iets wat nog niet gebeurd is, met iets wat wel zou kúnnen gebeuren.
* ieder heeft zijn eigen werkelijkheid / waarheid
* een verhaal is nooit een letterlijke weergave van wat er gebeurd is, maar wel van de betekenis die de gebeurtenis voor de verteller heeft.
Aanbevelingen.
Aanbevelingen ontstaan als resultaat van narratief onderzoek, hebben aanbevelingen meer waarde in de werkelijkheid voor de mensen die het betreft. Kwalitatief onderzoek is meer mens (= wens) gericht, geeft daardoor meer insteek/ mogelijkheden om veranderingen te bewerkstelligen binnen organisaties.
Onderzoek in teksten. Labov : sociolect, dialect, etnolect. Onderscheidt de elementen van Labov in een verhaal.
1. samenvatting: waarover ging het verhaal? Omvat oriëntatie, complicerende actie (trouble) en evaluatie.
2. oriëntatie; wie, wat, waar, wanneer? Status quo.
3. complicerende actie. Wat gebeurde er vervolgens. Serie gebeurtenissen naar aanleiding van trouble. Dit is oorzaak. Gevolg. Is niet omkeerbaar, als hierin de volgorde verandert, verandert het hele verhaal. Het is de kern van het verhaal, hier draait alles om.
4. evaluatie; so what? Waarom werd dit verhaal verteld?
5. resultaat of oplossing; wat gebeurde er tenslotte. Nieuwe status quo.
6. coda; signaal dat het verhaal is afgelopen. Terugkeer in het hier en nu.
Pedagogische uitdaging?
Eigen levensverhaal als narratief, of betekenisvol deel daarvan? Oorzaak> gevolg zit daar zeker in. Wat kan je er nú mee? Dingen helderder voor jezelf krijgen. Transactionele analyse in het narratief: onderscheidt de verschillende egoposities in je verhaal, eventueel per zin of alinea. Kijk ook naar hoe je er nu als onderzoeker, transactioneel tegen aankijkt. Afhankelijk van de context. Overgangen herkennen naar een andere positie. Waarom is die overgang juist hier en nu. Vanuit welk ego perspectief vertel ik dit verhaal? Waarom doe ik dit: onderzoekerscontext verduidelijken. Wie is de actor; wat doet hij, vanuit welke rol cq egopositie? Waar zitten de omdraaiingen, het veranderpotentieel, de kracht van het verhaal, waar zijn positiewisselingen?
Waarom narratief onderzoek?
Het is een manier om heel precies en nauwkeurig naar iets te kijken. Dichtbij blijven naar het écht vertelde verhaal. De samenvatting ook in de door de verteller gebruikte woorden. Gebruik Labov’s ideeën als identificatiemiddel van een narratief.
Narratieve analyse: opnemen en uitschrijven. Alles erbij opschrijven wat je invalt. Later. Gevoelens, associaties, ideeën, houding. Eventueel selectief ook de pauzes, timbre, intonatie noteren waar het verhaal daar mogelijk aanleiding toegeeft.
Liotard: grande merites, grote verhalen. Hierin werd/ wordt de cultuur van een groep over gedragen. Bij grote verhalen is slechts één verteller actief. Autobiografie. Psychotherapie.
Jerome Bruner. Act of meaning.
Kleine verhalen. Zijn continu aan de gang, meerdere vertellers. Geen begin of eind. Socialisatie processen. Interactief.

![Almost Like Another Planet... Pamukkale Sunset (UNESCO World Heritage) [Explore First Page, THANK YOU] Almost Like Another Planet... Pamukkale Sunset (UNESCO World Heritage) [Explore First Page, THANK YOU]](http://static.flickr.com/7217/7222907624_572d3bbf1c_t.jpg)

0 Reacties tot “narratief onderzoek, werkplaatsdag”