Door elly55

Samenwerken aanleren in groep 4   

Aanleiding.
Op de kwaliteitskring in De Bilt kwam ik Odilia tegen. Zij is bezig met het aanleren van samenwerken in de groep. Zij werkt op een witte school in Gouda. Ik op een zwarte school in Rotterdam Hillesluis. In mijn veranderingsproces van de moeilijke groep naar een positieve groep is dat ook een van mijn peilers geweest. Voor het Domein pedagogische sensitiviteit. Wellicht zijn er verschillen te constateren in deze zeer uiteenlopende schoolpopulatie, waar we beiden wat van kunnen leren.Ik gebruik hiervoor veel materiaal dat ik voor dit veranderingsproces heb gelezen en gebruikt in mijn groep.  

Wat versta ik zelf onder samenwerken en samenleren.
De kinderen zitten bij elkaar in een groepje. Ze voeren gezamenlijk dezelfde opdracht uit.Het tempo onderling is door de gezamenlijkheid gelijk. Wat de één niet weet, weet de ander wellicht wel. Er wordt overlegd over de antwoorden. Niet klakkeloos overgeschreven.Alle leerlingen in het groepje zijn even actief. Worden hier door hun groepsgenoten op aangesproken. Er heerst beloningsgedrag in de groep naar degenen die goed meedoen. Dit motiveert om mee te denken en mee te doen. Omdat ik hier in deze groep mee begin is er nog geen sprake van gedifferentieerd een taak aanpakken. Opsplitsen en taken verdelen vind ik nog niet aan de orde.

Ik heb veel gelezen over coöperatief leren, als basis voor deze acties. Coöperatief leren gaat verder als samenwerkend leren. Mijn doel ligt daar niet. Mijn doel is om de groepssfeer te verbeteren, minder ruzies en schelden op elkaar, minder ordeverstoringen.

Waarom vind ik samenwerken in deze groep belangrijk.
De kinderen gebruiken elkaars taalniveau om iets aan elkaar uit te leggen. Ze leren naar elkaar luisteren. Het delen van kennis en het werken naar een gezamenlijk doel vergroot de samenhorigheid in de groep. Kinderen die verbaal niet zo sterk zijn en / of het Nederlands niet goed beheersen, kunnen in een kleinere groep oefenen. De verschillende kwaliteiten worden beter benut in de kleine groep. Sterkere kinderen leren met uitleggen hun eigen kwaliteiten nog beter te gebruiken. Zij zullen zich dan wellicht minder snel vervelen. Zwakkere leerlingen krijgen gerichtere aandacht, door hun klasgenoten. Concentratie en aandacht blijven langer aanwezig omdat de kans tot afdwalen eerdere wordt opgemerkt. Ik hoop dat de kinderen elkaar positief stimuleren en waarderen. De groepsleden accepteren geen goedkoop meeliften, ieder moet zijn bijdrage leveren om mee te mogen blijven doen. Ze worden dan actiever aangesproken op hun bereidheid te leren. Door samen te werken heb ik geprobeerd de “kliekjes” uit de groep anders te verdelen. Jongens met meisjes samen te laten werken, en andersom. Ook de nationaliteiten uit elkaar te halen; interculturele samenwerking stimuleren. Er zijn 3 groepen in de klas; Turks, Marokkaans, en de anderen. Buiten de school komen de kinderen van de verschillende nationaliteiten elkaar niet tegen. De kinderen leren elkaar beter kennen en dit zal kunnen leiden tot respect voor elkaar. Ik vind ook dat ze met elk ander groepslid moeten kunnen omgaan, openstaan voor de meningen en ideeën van de ander. Tenslotte gaat deze groep nóg 4 jaar met elkaar verder. Het is een afwisselende werkvorm, die het schoolgaan leuker maakt, en motiveert. Ook later in hun loopbaan kunnen de kinderen er veel plezier en voordeel bij hebben als ze al hebben geleerd om samen te werken en kennis te delen in een groepje. Ik hoop ook dat als het goed loopt, ik meer tijd heb om individuele leerlingen te begeleiden.     

Voorwaarden om tot samenwerken te komen.
Regels afspreken over werken in de groep. Er mogen geen haat en nijd relaties zijn. Verbaal en non-verbaal geweld mag niet voorkomen. Uitlachen = pesten en dus verboden. Niemand mag buitengesloten worden. Een veilig klasklimaat en een goede sfeer waarin dit uitgeprobeerd en opgebouwd kan worden. Ruimte om in groepjes te werken zonder elkaar te storen. De tijd inplannen en nemen om meteen aansluitend te evalueren. Duidelijke opdrachten die al bij ieder bekend zijn om mee te beginnen.  

Hoe heb ik het geïntroduceerd.
Ik vertelde de eerste keer dat we iets nieuws gingen proberen. Dat ik ook nog niet goed wist of het zou gaan lukken. En wat voor onze groep het beste zou werken.Ze mochten in groepjes samenwerken, zodat ze van elkaars kennis konden leren. Het moest wel stil en rustig gebeuren, anders veroorzaakt het ene groepje last voor de anderen. Dat betekent dat er om de beurt gepraat kan worden en niet allemaal tegelijk. En dat we erna zouden praten over hoe het was gegaan. Ik heb ook verteld wat ik het belang van samenwerken vind en vooral in deze groep    

Hoe en waarom zijn we begonnen
Het was voor een taalles uit Kies Maar. Dat is een facultatieve les uit de methode Taalleesland. Door de rest van de school wordt dit werkboek als “extra werken” gebruikt. Dat vind ik jammer, want het verrijkt de woordenschat en het werkboek bevat leuke lesjes. Communicatie in de Nederlandse taal is voor veel van de kinderen uit mijn groep lastig. Daarin lag voor mij de reden om voor dit taalwerkboekje te kiezen.Ik liet de kinderen zelf kiezen met wie ze een groepje wilde vormen. Ik zie altijd graag eerst wát er vanzelf gebeurt en wat daarin verbeteren kan. De groepsgrootte liet ik vrij. Echter wel afhankelijk van de tafelopstellingen, zodat elk deelnemend kind op een bestaande plaats aan tafel kon zitten. Ik had buiten de instructietafel gerekend; daar bleken er wel 8 aan te passen. De groep bestaat uit 14 kinderen.Ik heb kort uitgelegd dat de taak moest worden gedaan, ieder mee moest doen en ze allemaal hetzelfde of een eigen antwoord op mochten schrijven. Ik wilde wel in elk werkboekje zien dat ieder kind had mee gedaan. Ik gaf een korte instructie en stuurde bij om werkplaatsen te vinden.De afspraak was verder dat ik zou rondlopen en elk groepje zou dan zijn vragen aan mij kwijt kunnen. 

Eerste in- en verdeling.
Veel kinderen bij elkaar aan de grote instructietafel. Alle leiders zaten daar. En alle Turkse kinderen. 6 kinderen vormden andere groepjes, waarvan 1 duo, 1 drietal en een kind dat liever alleen werkt.In de grote groep troefden de leiders elkaar af. Ieder was overtuigd van zijn/ haar goede antwoord en de anderen werden erop gewezen dat ze dit of dat moesten opschrijven. Het waren ook geen fluisterstemmen. Er ontstond ruzie om het baasspelen en er vertrokken kinderen uit het groepje. Anderen vulden die plaats in. Een geloop en geschuif. Veel onrust. De te maken opdracht kostte meer tijd, dan wanneer het een individuele taak zou zijn geweest. Ik werd ook voortdurend geroepen. Of het hele groepje kwam, door elkaar roepend, op mij af gestormd om het eerst het woord te mogen voeren. Veel gesprekspunten.

Leerpunten
Ik haalde uit deze eerste samenwerkingsoefening veel bespreekpunten. Die bespraken we niet allemaal omdat er ook veel goede punten te vinden waren. De taak was toch nog af bij de meesten en ondanks de moeilijkheden vonden ze het wel erg leuk om zo te werken. Iedereen in de groepjes was aan het woord geweest. We waren het met elkaar eens dat zo´n grote groep lastig werken is. Zeker om het eerst te gaan leren. Ook dat bepaalde kinderen zo slim waren, dat ze beter niet bij elkaar in een groepje moesten zitten, maar daar waar ze andere kinderen konden helpen. Ook de baasspelers bij elkaar werkte niet fijn, was de conclusie uit de klas daarop. Door de ruis had ik niet goed de kans gekregen om vaker dan een keer, bij elk groepje langs te gaan. Ook verkaste enkele kinderen steeds van plaats, vanwege onrust of ruimtegebrek. 

Gemaakte afspraken
We maakten de afspraak dat bepaalde kinderen even niet meer met elkaar in een groepje gingen. Dat elk groepje maximaal 3 personen groot mocht zijn. En dat er steeds maar één de vraag aan de juf mocht stellen. Fluisterstemmen gebruiken! Om de anderen niet te storen.In de loop der weken kwamen er meer afspraken bij. Steeds op basis van de nabesprekingen. En steeds als resultaat van opmerkingen uit de groep. 

Problemen en oplossingen.
Interculturele samenwerking was een van mijn doelen. Doordat de groepjes nu kleiner zijn, de leiders/ slimmeriken niet meer samen mogen werken past dit nu precies.We hebben ook afspraken gemaakt voor als het niet meer lukt met samenwerken. Als het een kind niet meer lukt dan mag hij of zij aan zijn/haar tafel gaan zitten om alleen verder te werken. Niet tussentijds wisselen van groep. Ook niet ruziemakend naar de juf komen. Dat werkt prima. Er zijn kinderen die niet langer dan een kwartier in een groepje kunnen werken en dan voor deze oplossing kiezen. Bij de nabespreking complimenteer ik hen voor de tijd die het wel is gelukt en voor de goed gekozen oplossing. Het hoeft mijns inziens niet altijd helemaal supergoed te gaan met het samenwerken. Het zelfstandig oplossen door af te haken in plaats van ruzie te maken is een hele winst!Inmiddels zijn ook verschillende plekken in de klas werkplek geworden. De leeshoek, een plek onder de hanenbalken achter het bord, de tussenetage bij de kapstokken. Doordat de kinderen nu meer verspreidt zitten lukt het beter met de verstaanbaarheid binnen de groepjes.De eerste tijd stopten we met samenwerken binnen 10 minuten, nu lukt het soms wel een half uur.Ook hoef ik de laatste tijd geen groepjes meer uit elkaar te halen vanwege ruzie of herhaald kabaal. Het is stukken rustiger geworden en laat zich gemakkelijker corrigeren. Kinderen die in het groepje niet meewerken of zelfs tegenwerken worden er door de andere twee op gewezen. Het gebeurt ook dat een van de andere twee, of beiden dan individueel verder gaan werken. Zij nemen op die manier hun eigen verantwoordelijkheid. De stoorzender moet het alsnog alleen zien te klaren. 

Producten.
Rolverdelingen zijn nog niet gestructureerd. Soms is er een leider in een groepje, vaker spreken ze af dat ze om de beurt een vraag oplezen. Als ze een vraag voor de juf hebben komt er steeds een ander uit het groepje. Ook dat wordt onderling geregeld. Het gaat vooralsnog om het methodewerk waarbij geen aparte materialen nodig zijn. We hebben al wel een paar keer met handvaardigheid gezamenlijke producten gemaakt.Bij andere vakken zoals Verkeer wordt nu ook samengewerkt. Bij de Spelling invuloefeningen ook. Hiervoor is nogal wat taalvaardigheid nodig, interactie met elkaar maakt dat ze er wél uitkomen. Voorheen werd een groot deel van de in te vullen woordjes door mij voorgezegd, nu hebben ze gezamenlijk meer woordenkennis. Daarbij let er altijd wel een op dat iedereen het woord goed opschrijft.  

Evaluaties.
Een leerpunt kreeg ik mee van de groep. graag besprak ik het gemaakte werk na. De kinderen vonden dat vervelend. Tenslotte hadden ze het allemaal al net gemaakt, en zo moesten ze het nóg een keer maken. Mijn argument was; als je de opdracht niet begrepen hebt kan ik het nog eens uitleggen. De kinderen hadden daar wel een oplossing voor. Als de werktijd is afgelopen en de taak nog niet af door onbegrip, dan komt in de volgende samenwerkingstijd iemand uit een ander groepje dat stukje uitleggen. We hebben dit nog niet uitgevoerd maar al wel afgesproken.Wel spreek ik in een later stadium het werk na als ik bij checken zie dat er veel dezelfde fouten zijn gemaakt bij de verschillende groepjes. De opmerking “nabespreken” schrijf ik dan bij het werk dat ze terugkrijgen. Dit wordt goed geaccepteerd. Na elke samenwerkingsperiode bespreek ik het proces. Soms in een enkel -positief!- woord, andere keren wat uitgebreider.Ik kan nu tijdens het samenwerken langs de groepjes lopen om te zien waar ze mee bezig zijn en hoe dat gaat. Hen complimenteren over dat wat ik zie of hoor.

Toekomst. Het schooljaar is nog maar kort. Toch wil ik wat verder gaan proeven van coöperatief leren.

Coöperatief leren. Ik wil dan de leerlingen verschillende taken geven in hun samenwerkingsgroepje. Ik wil dan ook groepjes van 4 maken. Eén leerling let op de tijd waarbinnen de opdracht gemaakt moet worden, de tweede leerling kijkt of elke leerling genoeg doet en de derde leerling kan een planning maken. Hoe meer vrijheid de kinderen hebben, hoe belangrijker deze taken worden. Ik kan daarna de opdracht met een van deze leerlingen evalueren, hem vragen hoe het maken van de opdracht gegaan is. Op deze manier leren ze kritisch naar hun planning, aanpak en taakverdeling te kijken. Dat kan alleen als ze hebben geleerd met elkaar te bespreken hoe ze iets aan gaan pakken en hoe ze de taken gaan verdelen. Door deze opdrachten worden de leerlingen zich van hun manier van werken bewust.   basisvoorwaarden coöperatief leren.

GIPS
In alle structuren zijn de GIPS-basisprincipes verwerkt.
GIPS staat voor:

Gelijke deelname
Door de structuur van de opdrachten is elk kind binnen een groepje actief betrokken

Individuele aanspreekbaarheid
Elk kind is verantwoordelijk voor zijn bijdrage aan het teamwerk

Positieve wederzijdse afhankelijkheid
Als het een teamlid niet lukt om zijn deel uit te voeren, zullen de anderen hem coachen om het te leren

Simultane interactie
Kinderen nemen meer actief en meer gemotiveerd deel aan de les

 Er zijn verschillende werkvormen die passen binnen het coöperatief leren. De eerste waarmee ik ga beginnen is de placemat. Een gezamenlijk papieren veld dat in vlakken is verdeeld. Ieder kind heeft zijn eigen part van de placemat. Dit wil ik met Spelling gaan doen.


0 Reacties tot “leren, samenwerken leren”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.