Buddyzorg.
Humanitas faciliteert Buddyzorg.
Buddy’s zijn gekoppeld aan een chronische zieke persoon. Zij gaan met die persoon op pad, komen een avondje langs, gaan mee naar de arts. Zoals je een goede vriend/ een maatje kan vragen. Het is vrijwilligerswerk en de buddy functioneert naast het sociale netwerk van de begeleide persoon. De buddy maakt zelf zijn afspraken en contacten. Intensiteit en de frequentie van het contact ligt ter bepaling van de buddy in samenspraak van de zieke persoon.
De buddy heeft zelf ook een begeleider. Buddy’s begeleiden zieke personen, waarbij zij zeer betrokken kunnen raken. Deze personen hebben een andere levenskwaliteit en levensverwachting als de buddy. De zieke persoon kan verslechteren, overlijden, door zijn ziekte geen contact meer willen. Emoties doen oproepen bij de buddy die zijn evenwicht en stabiliteit doen wankelen. De buddy zal ook mee betrokken kunnen raken in rouw of tegenstrijdige reacties van opluchting bij het overlijden van zijn zorgvrager. Zij hebben een andere insteek dan een professioneel hulpverlener en kunnen door de setting in de privésfeer en hun persoonlijke insteek moeilijker afstand houden. Zij zijn, vanuit de vrijwilligersrol, niet geschoold in afstand houden en beschouwen. Veel buddy’s zijn ervaringsdeskundigen en idealistisch.
Spraakmakend Project.
Begeleiders van buddy’s hebben nu gevraagd om hulp. Zij willen hun buddy’s beter kunnen begeleiden. Weten niet goed hoe ze diepgang in deze relaties kunnen aanbrengen. Vragen zich af of ze nog beter zouden kunnen begeleiden en hóé dan.
De Hogeschool Rotterdam heeft hulp aangeboden. Studenten van de bachelors verlenen deze hulp in projectvorm met de duur van een halfjaar. Het aantal in te zetten bachelors is te laag, er werd elders (oa op de MEP) hulp gezocht. De start van dit project heeft vertraging opgelopen, dient wel voor de zomervakantie afgerond te zijn. Verwachtte en verlangde tijdsinvestering voor de bachelors is 5 uur per week. Echter zowel voor de buddybegeleiders als voor ons is het vrijwilligerswerk naast gewone baan en studie. Loes trekt vanuit de HRO deze kar, dat “een spraakmakend project”is genoemd..
5 maart 2008
Gesprek met coördinator Buddyzorg over de vraag die ons wordt gesteld. Zij vertelt iets over ontstaan van Buddyzorg. Het is voor mij niet nieuw. Ik ken het buddysysteem doordat Ruud (mijn broertje) 2x een buddy heeft gehad toen hij ziek was. Ook de impact van chronisch ziek zijn heeft geen nieuwe waarde toe te voegen. Ik ben bekend met de mogelijke cliëntengroep van de Buddy’s en kan mij dus geheel richten op het begeleiden van X. Mijn levens- en werkervaring helpen mij deze keer. Het kost wel tijd om helder te krijgen wat onze positie is. Om vertrouwen te winnen van deze coördinator. Ik begrijp eigenlijk ook niet goed (achteraf) waarom Humanitas geen betaalde begeleiding op deze begeleiders zet. Dat lijkt mij zeker de moeite/ investering en het geld voor deze vrijwilligers waard! We zijn met 3 studenten voor 3 begeleiders. Elk van ons krijg een begeleider toegewezen om mee aan de slag te gaan. E. en ik vanuit de MEP en nog een van de HRO uit de maatschappelijk werk opleiding.
Wat wil ik er zelf van leren?
Het begeleiden, het superviseren, gesprek voeren met meerdere anderen vanuit een andere professie (dan die van hoofdverpleegkundige), individuele begeleiding kunnen bieden als (ped)agoog. Als hoofdverpleegkundige had ik veel kennis van zaken. Vanuit deze kennis had ik de rust om goed naar mensen te kunnen luisteren. Ergens op mijn achtergrond draaide mijn kennismachine stilletjes maar waakzaam, mee. Nu ben ik een professie aan het leren die niet zo specialistisch is, maar algemener. Ik heb weinig ervaringskennis, geen status of functie-aanzien. Ik kondig mij aan als student van het Spraakmakend Project, hetgeen maakt dat ik mij op een zelfde niveau bevindt als diegene die ik ga begeleiden. De kennis-insteek verschilt; de belevingswereld waar zij in zit en ik tegenaan kijk.
Ik snuffel bij Donner en vind twee relevante boeken. Een over narratieve begeleidingskunde en een over supervisie en coaching van begeleiders. Thuis vind ik ook nog een aantal boeken over dit onderwerp. Later blijkt dat ik uit een deel van mijn thuisboeken alleen wat kreten over begeleiden en coachen en deels de denkwijze kan benutten: kennis opfrissen. Presentietheorie zoek ik op via Google. En merk dat ook dit voor mij bekend terrein is. Sterker nog ; een deel van mijn afhaken uit de gezondheidszorg werd veroorzaakt doordat ik ten gevolge van de werkdruk niet meer de tijd en rust had om “present” te zijn voor de mensen. Toen was deze theorie nog niet bedacht. In de praktijk is het -denk ik- in de zorgsector een verklaring voor veel van de burn-outs.
Literatuur:
Banning H. en Banning-Mul, M. Narratieve begeleidingskunde. ISBN 90 244 1711 2 nur 753. Uitgeverij Nelissen, Soest. 2005.
Gorkum, F. van. Dynamisch begeleiden in supervisie en coaching. ISBN 97890244 17933 uitgeverij Nelissen, Soest. 2007
Haaster K.J.M. van. Kleine verhalen. Narrativiteit met multimedia in sociale beroepen. ISBN 90 469 0021 5. Uitgeverij Coutinho, Bussum. 2006
7 maart 2008
Ik heb een afspraak met X. Ik las de Presentietheorie van Baart. Begon met de inleidingen van mijn nieuwe boeken. Al lezende bedacht ik mij dat ik dit nu even voor mijn plezier lees. Niet om alvast een oplossing voor te kunnen gaan leggen, zoals vanuit de coördinator buddyzorg werd voorgesteld. Ergens had ik ook nog bedacht interviewvragen op te stellen, dat doe ik ook maar niet. Ik ga er blanco heen, met de kennis die ik heb. Niet als encyclopedie of als ideeënboek. Laat haar maar praten. Ik weet dat ik goed kan luisteren en analyserend er over kan nadenken. Ik weet ook dat ik gemakkelijk diepgaand contact kan leggen en de ander na kan laten denken over wat haar beweegt. Van die vaardigheid ga ik gebruik maken. Zij denkt, vertelt en ik luister aandachtig en verdiep het contact tussen haar en mij en tussen haar en zichzelf.
8 maart 2008
Bedacht dat dit project vast onder Taalspel past. Dan is het geen verzwaring ernaast, maar past het op mijn leerweg en kwam dit volgende onderwerp dus gewoon ook weer op mijn pad.
10 maart 2008
Eerste gesprek met X. Vraag; hoe kan ik X helpen in het verdiepen van de begeleiding die zij geeft aan haar groepje buddy´s? Ik had het plan open minded te gaan. Meenemen wat ik zelf al weet, creatief reageren, niet in vast geprepareerde voorstellen te denken. Kennismaken, misschien is dat wel genoeg voor de eerste keer, afhankelijk van haar vraag en hoe het klikt. Hoeveel tijd zij wellicht nodig heeft om mijn hulp te willen krijgen, hoeveel mijn eigen bagage voor haar kan betekenen. Haar insteek als buddybegeleider, uitleggen hoe ik bij haar terecht kom. Dat was mijn idee.We spraken over haar sterke punten in haar eigen werkveld, de opleiding en ervaringskennis die zij zich heeft vergaard. Ik vroeg mij af wat ik haar te bieden zou hebben. X vertelt dat haar werk een andere orde en structuur kent als haar buddyschap. De intensiteit en beleving, de nabijheid van het maatje weegt veel zwaarder. Daarmee kwamen we uit op het eigenlijke onderwerp. Waar loop je tegen aan, wat is jouw doel bij het begeleiden van de buddy´s. Wat vond jij zelf toen belangrijk toen je buddy was, wat heb je gemist, waar werd je boos om bij anderen, wie boeide jou en aan wie had je niets. En waarom. X begeleidt 6 buddy´s. Allemaal nieuw. Allemaal in de kennismakingsfase met de eerste cliënt. Eerste begeleidingsgesprek was begin februari. Niet alle buddy´s waren aanwezig (wat maakt dat ze aanwezig wíllen zijn? Wat maakte dat jij aanwezig wilde zijn op de begeleidingsavonden)) en niet allemaal waren ze al langs geweest bij hun maatje. “Waarom niet?”: niet aan gedacht om dat aan betreffende buddy te vragen.
Met deze 6 buddy´s heeft X de introductiecursus gevolgd. Zo kwam zij met hen in beter contact, hadden dezelfde startinformatie en friste zij haar eigen kennis op. Deze cursus ging over de presentietheorie, HIV, gebruik maken van eerste indruk en communicatietechnieken. Binnen deze groep worden clienten met verschillende ziektebeelden begeleid.
De buddy´s worden zelf geacht hun informatie ergens vandaan te halen over de ziektebeelden. X geeft aan dat zij bij andere buddy´s daarover haar kennis ging halen. We bespraken het belang, nut van dwarsverbanden.De koppelingen van maatje aan buddy worden door de coördinator buddyzorg gemaakt. Zij kijkt naar wat zou kunnen matchen. Bij beide partijen informeert zij hoe de kennismaking is verlopen en of het contact wordt voortgezet. X wil in haar groep vooral samenhorigheid en betrokkenheid op elkaar bereiken. Ervaringen delen, maar ieder daarin een gelijk deel laten hebben. Zingeving in het buddyschap met elkaar delen en ervaren. Ondanks het verdriet van het maatje, tevreden kunnen zijn over het eigen aandeel in het leven van het maatje.
Tips
· Splits “kennisbank” -informatie van inhoudelijke beleving
· Emotie placemat; praat vanuit gedeelde emotie over wat je meemaakt
· Teken de relatie; jijzelf met cliënt. Bespreek de tekening met elkaar.
· Dwarsverbanden; welke buddy´s hebben maatjes met gelijke ziektebeelden/ problemen
· “turf” of iedere buddy gelijke aandacht van je krijgt, óók als hij/zij zegt dat het goed gaat.
X gaat met mijn tips verder denken. Morgen is haar bijeenkomst. Ze maakt verslag. Daar reageer ik per mail op. Kort voor de volgende bijeenkomst praten we weer.
Verslag van het gesprek heb ik opgestuurd naar Loes (Houweling). Kan zij meekijken of ik op de goede weg ben, het juiste pad ben ingeslagen.
13 maart 2008
We krijgen een mail van Loes dat we te hard van stapel zijn gegaan. Zo is mijn interpretatie. Om terug te komen bij de conclusies en aanbevelingen van de scriptie uit het eerste deel van dit project wordt een nieuwe bijeenkomst gepland. Ellen en ik ontvingen inmiddels de scriptie digitaal. Weten we ook wat vooraf gegaan is. Loes geeft aan dat zowel zij als de buddycoördinator te grote stappen hebben gezeten daardoor de buddybegeleiders zijn voorbijgelopen. De opdracht die wij meekregen blijkt een andere te moeten zijn. De buddybegeleiders hadden hun verbazing uitgesproken over de aanpak van de aanbevelingen op déze wijze.
15 maart 2008
Kort overleg met E. Wij hadden onze opdracht hetzelfde geïnterpreteerd en zijn ook op gelijksoortige wijze op de buddybegeleider afgestapt. Open minded, kennismakend, met de eigen achtergrondkennis. Mijn gesprek had 2 ½ uur geduurd. Het hare ¾ uur. We vragen ons beide af of we wel tijd hebben om in een groepsleerproces te duiken dat vóór de zomer klaar moet zijn. Er komt nu eerst een afspraak met de buddybegeleiders, Loes, de buddycoördinator en wij. Twee beroepskrachten die een afspraak moeten maken met 6 vrijwilligers, dat zal niet meevallen. Baal er ook wel van. Straks lukt het niet ten gevolge van het niet kunnen vinden van een gezamenlijk moment voor een afspraak. Dat zou ik jammer vinden.

![Almost Like Another Planet... Pamukkale Sunset (UNESCO World Heritage) [Explore First Page, THANK YOU] Almost Like Another Planet... Pamukkale Sunset (UNESCO World Heritage) [Explore First Page, THANK YOU]](http://static.flickr.com/7217/7222907624_572d3bbf1c_t.jpg)

0 Reacties tot “buddyzorg en taalspel”