26
feb
08

wetenschappelijk schrijven, Adèle

Ik kende een meisje

Elly Bakker  

Samenvatting

Dit essay gaat over een meisje dat vrouw wordt, parallel aan de tijd waarin ikzelf van meisje, vrouw werd. Ik schrijf over onze ontmoetingen. De een had geluk, de ander niet. Haar ongeluk komt voort uit haar slechte start. Haar problemen zijn herkenbaar als een reactieve hechtingsstoornis.

Inleiding.

Ik noem haar Adèle. Ik heb haar 2 maal – met een tussenperiode van 20 jaar- ontmoet. Onze leeftijden verschillen niet zoveel. Onze leefervaringen wel: als zwart en wit. Ieder van ons kreeg een volledig ander fundament mee.De eerste ontmoeting in 1976 vond ik het vooral verschrikkelijk wat haar overkwam. Hoopte dat mijn meer ervaren collega’s het mis hadden over haar toekomstverwachting. De tweede ontmoeting in 1995 was ik verdrietig om haar. Mijn collega’s van destijds hadden haar lot juist ingeschat.Nu in 2007 vind ik het “waarom en waardoor” in teksten die ik lees over een reactieve hechtingsstoornis.

1976

Adèle is 16 als ik haar leer kennen. Ik ben 20.Ik werk als verpleegkundige in het psychiatrisch ziekenhuis, waar Adèle is opgenomen. Zij is overgeplaatst vanuit de Rekkense inrichtingen voor jeugdpsychiatrie. Ik heb het te doen met Adèle. Een jong meisje, en dan al psychiatrisch patiënte. Zij staat bekend als psychopate. Ik ben aanhanger van de antipsychiatrische stroming waarin men meent dat niet de patiënt maar de maatschappij gek is. Adèle´s lot treft mij. Jong meisje, al haar hele leven de underdog. Moeder -die haar niet wenst en verwaarloost -, neemt afstand van haar op haar 4e jaar, toen bleek dat een stiefvader zich aan Adèle vergreep. Adèle kwam – via de Raad voor Kinderbescherming – in haar eerste kindertehuis terecht. Verschillende pleeggezinnen, kindertehuizen en af en toe even de bak in. Adèle bracht veel ruzie en verdriet in de pleeggezinnen waarin zij werd geplaatst. Ze bleef ook nooit lang in hetzelfde gezin. Uiteindelijk werd zij in Rekken opgenomen. “Rekken” stond in die tijd heel slecht bekend. Wantoestanden en een falend beleid. Adèle vertelt dat de psychiater haar had aangerand en verkracht. Ook het overige personeel kon niet van haar afblijven. Onderling was veel ruzie en privé spullen verdwenen. Ze heeft schokkende verhalen. Wat waar is? Psychopaten bezitten het vermogen anderen om de vinger te kunnen winden, goed te kunnen manipuleren. Zij liegt vaak, vertelt zelden de waarheid. Geeft ook nooit iets toe, van wat ze had uitgehaald, gestolen, een ander pijn gedaan. Zelfs niet als je er ooggetuige van bent. Automutileert zich met messen, glas, sigaretten.Ik heb medelijden. Met haar stempel in mijn achterhoofd blijf ik op nabije afstand. Maximale toenadering met behoud van distantie heet dat. Ik probeer iets voor haar te betekenen. Aardig te blijven, knuffels te geven op momenten dat ze dat toelaat. Laten merken dat ze ondanks haar gedrag toch een speciaal plaatsje in mijn hart heeft.Op een bepaald moment gaat Adèle zelfstandig wonen. Ik help haar met inrichten en verhuizen. Kom nog eens bij haar op bezoek. Geef haar aandacht. Ze geeft weinig terug. Geen idee of ze waardeert wat er voor haar wordt gedaan. Ze laat er niets van blijken. Het contact verwatert. Adèle bleek verhuisd te zijn, toen ik eens langskwam.  Later bleek dat in Rekken inderdaad ontucht werd gepleegd door Finkensieper (kader), de daar heersende psychiater. Ik vond het vervelend dat ik Adèle daar nooit 100% in had geloofd.

Th. Finkensieper (65) overleden
ROTTERDAM, 6 MEI. Voormalig directeur-psychiater drs. H.O.Th. Finkensieper van de Heldring Stichtingen in Zetten is vorige week op 65-jarige leeftijd overleden. Finkensieper werd in 1990 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en elf jaar beroepsverbod wegens seksueel misbruik van moeilijk opvoedbare meisjes in de Betuwse inrichting.

1999 NRC webpagina


1995

Ik werk in Delft als Hoofd neurologie.

Omdat op de interne afdelingen geen vrij bed is, krijgen wij een interne dame na een TS.(Tentamen Suïcide, zelfmoordpoging) Ze heeft iets verkeerds gedronken en moet uitslapen / herstellen vóór ze naar de ziekenboeg van het psychiatrisch ziekenhuis terug kan. Dat blijkt Adèle. Ik ben, ondanks haar toestand, verheugd haar te zien. Dat is lang geleden!Alles moet op slot. De keuken, verbandkasten, personeelsruimten. De medicijnen mogen geen seconde onbeheerd blijven. De verpleegkundige moet bij elke patiënt blijven staan tot die zijn pillen heeft ingenomen. Er mag geen bestek achtergelaten worden op een zaal of bij haar in de buurt. We moeten voortdurend weten waar ze is en wat ze doet, haar kastje controleren. Heel veel extra werk levert Adèle op. Alles wat gestolen kan worden en alle contrabanden uit de weg houden.Het team (leerling)verpleegkundigen begrijpt haar niet, legt geen contact met haar. Stank voor dank, nooit is ze eens ergens tevreden mee. Mijn team heeft het moeilijk met Adèle. De leerlingen kennen haar van eerdere opnames op de Interne afdelingen, van vorige stages. Willen niets met haar doen. Liegen, bedriegen, stelen, uitschelden, herhaalde opnames vanwege een TS of een wat ruig uitgevallen automutilatie. Ze heeft een slechte reputatie opgebouwdIk ga vaak bij haar langs, even bij haar zitten. Later breng ik voorzichtig ons gezamenlijk verleden ter sprake. Ze lijkt me zo kwetsbaar. Vol met automutilatielittekens, een bitter en oud gezicht. Adèle vertelt nooit op …..   geweest te zijn. Kent me niet. Heeft ook nooit in die straat gewoond. Geen idee of ze echt alles is vergeten, mij wil kwetsen of afstand wil houden. Ze wil niets met mij. Ik krijg geen toegang. Ik kan haar niet helpen, bijstaan. Ze laat niemand toe. Eenzaam. Zielig. Nog meer beschadigd. Door de omstandigheden zo geworden.

2007

Ik lees over bodemloosheid, affectief verwaarlozingsyndroom, reactieve hechtingsstoornissen. Ik herken haar in Bodemloos bestaan, het boek van Geertje van Egmond. In de theorie van Smis (1997), in de DSM-IV-TR criteria.  

W. Smis gaf een lezing in Sint Niklaas, België in 1997. Hij is deskundig op het gebied van affectieve verwaarlozing. Het verslag van deze lezing stond in Caleidoscoop.Punten uit zijn kenmerkenlijst die ik bij Adèle herken, licht ik er uit.

 “* Weinig menselijk vertrouwen, hebben weinig vaste relaties en fladderen van de ene naar de andere. Hebben enkel zakelijke nutscontacten. Kunnen manipuleren en houden ervan relaties van anderen te verstoren* Gebrekkig gevoel voor continuïteit: leven op dit moment, geen verleden (wortels) of toekomst* Idealiseren de afwezige ouder en richten hun boosheid op de echte verzorgers* Depressief zelfgevoel: niemand geeft om mij. Maar ook: ik ben het beu, ik was er beter niet.” 

Geertje van Egmond noemt een aantal kenmerken bij haar dochter Isabel, die ik ook bij Adéle zie:

  • “Het kind zal nooit naar de volwassene toekomen om zijn overtreding te bekennen
  • Ze zijn geniaal in het ontdekken van kwetsbare plekkenbij ouders, broertjes en zusjes, leerkrachten en hulpverleners, maar nog het meest in hun onderlinge relaties.
  • Wanneer de gelegenheid zich voor doet, zullen zij alles in het werkstellen om de volwassenen tegen elkaar uit te spelen, als ze daar zelf voordeel uit kunnen halen. Dit gedrag gaat zo ver, dat menig gezin totaal ontwricht is geraakt.
  • Deze jongeren proberen zeker een split te drijven, om opvoeders tegen mekaar op te zetten”

 DSM-IV-TR criteria reactieve hechtingsstoornis:

  1. In de meeste situaties opmerkelijk verstoorde en niet aan ontwikkeling aangepaste sociale relatievormen, optredend voor het 5e jaar en duidelijk zichtbaar in;

     a. een voortdurend mislukken om op een aan de leeftijd aangepaste wijze sociale  interacties te stellen of erop te antwoorden, zoals duidelijk door overdreven geremde, overalerte of erg ambivalente en tegenstrijdige reacties

     b. een gebrek aan duidelijke bindingen, wat blijkt uit een onvermogen om in sociale relaties een onderscheid des persoons te maken, met een duidelijk onvermogen om op die verschillende personen passend te reageren.

2. de stoornis mag niet te wijten zijn aan een algemene ontwikkelingsstoornis zoals een mentale handicap, of een symptoom zijn van een pervasieve ontwikkelingsstoornis zoals het autisme.

3. er moeten sporen zijn van vroegkinderlijke verwaarlozing

      a.voortdurende veronachtzaming van emotionele basisbehoeften (koestering, troost, aanmoediging van het kleine kind)

     b.verwaarlozing van de fysieke basisbehoeften (verzorging, voeding)

     c. herhaaldelijke wisseling van basisverzorgers, wardoor er geen stabiele hechtingen mogelijk waren.

4 . Men mag veronderstellen dat de verwaarlozing onder punt 3 verantwoordelijk is voor het gestoorde gedrag, dat ook volgde op de verwaarlozing.

  Adèle heeft in haar jeugd gedurende de eerste 4 jaar wel een vaste verzorgster gekend; haar moeder. Moeder wilde haar niet, waardoor bij Adèle mogelijk hechtingsverwarring (Smis, 1997) ontstond. Hechtingsverwarring komt voor als er wel een vaste verzorger is, maar deze persoon het kind affectief verwaarloost.Adèle heeft, van prenataal af aan (volgens psychiatrische en medische dossiers), geen moederliefde mogen ontvangen. Zij was ongewenst door haar biologische moeder. Haar stiefvader –een wisselende persoon in haar moeders leven- heeft haar misbruikt. Adèle ging nog wel op bezoek bij haar moeder in 1975. Sprak altijd aardig over haar.Ik begreep dat niet. Nu realiseer ik mij dat dit een gevoel van loyaliteit was, en haar wellicht ook verwarde.Smis(1997) heeft het over een proces van toenemende affectieve afsluiting. Adèle sloot zich ook af voor aardige goedwillende personen in haar omgeving. Toen ik haar leerde kennen was dat proces al gaande. Ik herken er haar reacties op haar omgeving in. Ze ging ook alleen winstrelaties aan. Gericht op het bevredigen van haar materiele behoeften. Zodoende kon ik haar helpen met haar nieuwe woonomgeving. Het op bezoek komen daarna, had voor haar geen waarde meer.Het automutileren hoort daar ook bij. Zij hecht geen waarde aan haar eigen lichaam. Ook “verkocht” zij haar lichaam (seks), als ze ergens geld voor nodig had. 

Conclusie.

In de jaren dat Adèle onder toezicht stond van de Raad voor Kinderbescherming, heeft niemand haar kunnen behoeden voor een verder afglijden. Voor mij valt niet meer te achterhalen of er destijds nog mogelijkheden waren voor haar of niet.Ik weet niet op welke basis mijn collega’s in 1976, haar al als verloren beschouwden. Routine, intuïtie, vakkennis, vooroordelen?
Ook in de psychiatrische instellingen waar ze na haar 16e steeds werd opgenomen heeft men –in mijn optiek- weinig kunnen bijdragen aan haar levenskwaliteit. Daarbij had zij de pech om bij een psychiater/ pedagoog uit te komen die zijn beroep/ professie te schande maakte door de hem toevertrouwde kinderen te misbruiken.In Bodemloos bestaan las ik over Isabel, zou het zo ook in de pleeggezinnen zijn gegaan waarin Adèle werd opgenomen?

Vragen blijven bestaan, rijzen op. Ik hoop een volgende keer een kind te kunnen herkennen, vóór het lot hem of haar heeft ingehaald.  

Literatuur

DSM-IV-TR reactieve hechtingsstoornis.

Egmond, G. van. Bodemloos bestaan. Problemen met adoptiekinderen. Ambo, Amsterdam. 1e druk 1987
ISBN 90 263 1703 4
.

Smis, Wilfried. Lezing in april 1997, Sint Niklaas. Verslag hierover in Caleidoscoop 11;2-18  1999 tijdschrift voor leerlingbegeleiding http://www.caleidoscoop.be/ gedownload 26-02-2008


1 Antwoord tot “wetenschappelijk schrijven, Adèle”


  1. 1 rein van dijk
    september 22, 2009 om 10:03 am

    Elly55,

    Ik wist “dat jij het was” toen ik aan het googelen was op internet met: “waarom narratief onderzoek doen?”

    Ik ga het helemaal lezen.

    Groeten, Rein54 van Dijk.


Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.